‘Sedaris is de meester’ Johannes van Dam
Ik mooi praten is opgedragen aan Lou, de vader van David Sedaris, die zo vaak op zowel hilarische als ontroerende wijze wordt opgevoerd in vele verhalen van zijn zoon. Voor David is ‘het grootste wetenschappelijke raadsel’ over zijn vader, een hotshot bij IBM, ‘hoe het mogelijk is dat een man zes kinderen krijgt van wie er geen een zijn belangstellingen deelt.’ Dat zijn moeder een protestantse is, en zijn vader orthodox-Grieks, en dus al niet eens op dezelfde dag Pasen kunnen vieren, is een van de andere running gags in het oeuvre van Sedaris. Het verklaart de vele conflicten in dit hopeloos neurotische – maar zeer herkenbare – gezin.David Sedaris is een fenomeen in de Verenigde Staten: van zijn boeken zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Zijn verhalen verschijnen in The New Yorker, hij leest voor op National Public Radio, en is regelmatig te zien bij David Letterman. Ook in België is zijn faam groot: ‘Is David Sedaris de grappigste schrijver ter wereld? Wij zijn er alvast van overtuigd,’ schreef Het Nieuwsblad geheel terecht.
Op mijn eenenveertigste neem ik weer plaats in de schoolbanken en moet ik mezelf leren zien als ‘een echte debutant’, zoals in mijn Franse leerboek staat. Na betaling van het lesgeld kreeg ik een studentenkaart uitgereikt die mij tegen gereduceerde prijzen toegang geeft tot bioscopen, poppentheaters en Festyland, een verafgelegen recreatiepark datadverteert met reclameborden waarop een cartoon-stegosaurus in een kano zo te zien een broodje ham zit te eten.
Ik ben naar Parijs verhuisd in de hoop er de taal te zullen leren. Mijn school is nauwelijks tien minuten lopen van mijn appartement, en toen ik de eerste dag te vroeg arriveerde, keek ik hoe de van vakantie teruggekeerde studenten elkaar in de kantine van de school begroetten. Er werden verhalen uitgewisseld en vragen gesteld over wederzijdse kennissen met namen als Kang en Vlatnya. Wat hun nationaliteit ook was, iedereen sprak voor zover ik kon horen uitstekend Frans. Sommigen hadden wat meer accent dan anderen, maar de studenten spraken met voor mij overdonderend gemak en vertrouwen. Tot mijn ongerief droeg verder nog bij dat ze allemaal jong, aantrekkelijk en goedgekleed waren, waardoor ik me een beetje voelde als een oude viezerik die na de modeshow gesnapt wordt in de kleedkamers.
De eerste schooldag was zenuwslopend, want ik wist dat ik iets van me zou moeten laten horen. Zo doen ze het hier – iedereen wordt in het taaldiepe gegooid, en dan is het zwemmen of verzuipen. De lerares, een vrouw met een diepbruine kleur van de afgelopen vakantie, ratelde na binnenkomst een serie op de administratie betrekking hebbende aankondigingen af. Ik had een aantal vakanties in Normandië doorgebracht en voor vertrek uit New York een cursus van een volle maand gedaan, dus ik was niet geheel onvoorbereid, maar toch verstond ik maar de helft van wat de vrouw zei.
‘Als u tegen die tijd nog geen meimslsxp of lgpdmurct hebt, dan hoort u niet in dit lokaal thuis. Heeft iedereen apzkiubjxow? Iedereen? Mooi, dan beginnen we.’ Ze vouwde haar lesboek open, zuchtte en zei: ‘Goed, wie kent het alfabet?’
Dat was een grote verrassing, omdata) mij die vraag al heel lang niet gesteld was en b) ik me onder het lachen realiseerde dat ik het alfabet níet kende. Het zijn dezelfde letters, maar in Frankrijk worden ze anders uitgesproken. Ik weet hoe het alfabet eruitziet, maar had geen idee hoe het eigenlijk klonk.
‘Ahh.’ De lerares liep naar het bord en tekende de letter a. ‘Hebben we hier iemand wiens naam met een ahh begint?’
Twee Poolse Anna’s staken hun hand op, en de lerares zei dat ze zich moesten voorstellen, met vermelding van hun naam, nationaliteit, beroep en een beknopt lijstje van dingen in het leven waar ze van hielden en niet van hielden. De eerste Anna was afkomstig uit een industriestad in de buurt van Warschau en had voortanden zo groot als grafstenen. Ze werkte als naaister, kon genieten van rustig samenzijn met vriendinnen en had een afkeer van de mug.
‘Het is niet waar!’ zei de lerares. ‘Wat interessant. Ik dacht dat iedereen van de mug hield, maar hier hebben we iemand die durft te beweren dat ze een afkeer van hem heeft . Hoe is het mogelijk dat ik gezegend ben met iemand die zo’n uniek en origineel standpunt inneemt? Vertel er eens wat meer over, alsjeblieft.’
De naaister had niet verstaan wat er gezegd was, maar begreep wel dat hier schaamte geboden was. Met haar konijnenmondje hapte ze naar lucht en ze staarde naar haar schoot, alsof het geheim van een adequate reactie in de buurt van de rits van haar broek was te vinden.
De tweede Anna bleek een snelle leerling en zei dat ze van zonneschijn hield en een hekel had aan leugens. Het klonk als een vertaling van wat pin-ups in de Playboy zeggen en wat dan altijd in hetzelfde krullerige handschrift staat weergegeven: ‘Hou van: mama’s bruinebonenschotel! Hekel aan: onzekerheid en mannen die je lastigvallen!!!!’
De twee Poolse Anna’s leken goed te weten waar ze van hielden en waarvan niet, maar net als de anderen in de groep beschikten ze maar over een beperkte woordenschat, waardoor ze een wat minder intelligente indruk maakten. De lerares denderde door, en zo kregen we te horen dat Carlos, de Argentijnse bandoneonspeler, hield van wijn, muziek en, zoals hij het noemde, ‘de liefde bedrijven met de vrouwen van de wereld’. Daarna was de beurt aan een prachtige Joegoslavische, die van zichzelf zei dat ze een optimist was en dat ze hield van alles wat het leven te bieden had.
De lerares liet haar tong langs haar lippen gaan, wat al een aanwijzing was dat ze niet deugde, zoals we later zouden ervaren. Ze maakte zich klaar voor de aanval, legde haar handen op het tafeltje van de jonge vrouw, en zei: ‘O ja? En hou je ook van dat oorlogje van jullie?’
Terwijl de optimist moeite deed om zichzelf te verdedigen, probeerde ik uit alle macht een antwoord te bedenken op de vraag, die kennelijk bedoeld was om je erin te laten lopen. Hoe vaak wordt tegenwoordig aan je gevraagd waar je van houdt? Sterker nog, hoe vaak wordt dit je gevraagd, waarna je in het openbaar belachelijk gemaakt wordt om je antwoord? Ik dacht aan mijn moeder, hoe zij met flink wat wijn op een keer laat op de avond een klap op de tafel gaf en zei: ‘Liefde? Ach, wat! Ik hou van een lekkere biefstuk, net even aangebakken. Ik hou van mijn kat en ik hou van...’ Mijn zussen en ik bogen ons voorover in de verwachting onze namen te zullen horen. ‘Tumtums,’ zei onze moeder. ‘Ik hou van tumtums.’


